Vissers zien de Noordzee veranderen: ‘Je moet je blijven aanpassen’

24 september, 2026

De Noordzee bereikte deze zomer een recordhoge temperatuur. Wat merken vissers daarvan in hun dagelijkse werk? Schippers Henk Kramer van de MDV-1 en Jan van der Vis van de TX36 zien veranderingen in de soorten en hoeveelheden vis die zij vangen. Of die veranderingen rechtstreeks door warmer zeewater komen, is volgens hen niet altijd vast te stellen.

Henk Kramer is sinds een jaar schipper op de MDV-1. De bemanning vist het grootste deel van het jaar in de noordelijke Noordzee, in Nederlandse, Duitse en Deense wateren. Met de twinrig richt het schip zich op schol, tarbot en griet en met de quadrig op langoustines. In de wintermaanden vist de MDV-1 met de singelrig op pijlinktvis in de zuidelijke Noordzee.

Jan van der Vis vaart met de TX36. Hij vist met de SumWing vooral op tong, schol, tarbot en griet in de zuidelijke Noordzee. In de ongeveer 25 jaar dat hij vist, heeft hij de vangsten op vertrouwde visgronden zien veranderen.

Andere soorten in de vangst

Tijdens het vissen merkt Kramer zelf geen verschil tussen warmer en kouder zeewater. Wel ziet hij veranderingen in wat de MDV-1 vangt. Volgens hem komt kabeljauw tegenwoordig noordelijker en dieper voor. Tegelijkertijd ziet de bemanning soorten als mul en inktvis vaker terug.

In de noordelijke Noordzee vangt de MDV-1 de laatste jaren ook veel meer schelvis. Daarnaast ziet Kramer regelmatig stekelrog, al kunnen die vangsten sterk wisselen. “Je hebt weken dat je er heel veel vangt. Een week later kunnen ze op hetzelfde bestek weg zijn”, vertelt hij.

Ook Van der Vis komt soorten tegen die hij vroeger nauwelijks in zijn vangst zag. “Schelvis kwam bij ons vroeger eigenlijk niet voor, terwijl we die de laatste twee jaar ineens regelmatig veel zuidelijker tegenkomen.” De ervaringen van beide schippers laten zien dat veranderingen niet overal in de Noordzee op dezelfde manier zichtbaar zijn.

Veel minder schol op vertrouwde visgronden

Voor Van der Vis springt vooral de schol eruit. Toen hij ongeveer 25 jaar geleden begon met vissen, kon de TX36 in een goede week in de zuidelijke Noordzee rond de 200 kisten schol vangen. Tegenwoordig houdt het daar volgens hem vaak bij ongeveer 25 kisten op. De schol die hij nog tegenkomt, is bovendien regelmatig klein of lijkt langzaam te groeien.

Dat roept bij hem vragen op wanneer wetenschappelijke cijfers wijzen op een groot scholbestand. Mogelijk bevindt een deel van de schol zich in andere gebieden dan waar de TX36 vist, zegt hij. “Wij kunnen alleen vertellen wat we in onze visgronden daadwerkelijk tegenkomen: veel minder schol dan vroeger en vaak kleinere of langzaam groeiende vis.”

Kramer ziet eveneens verschillen in het formaat van schol. Volgens hem is schol die noordelijker wordt gevangen vaak groter dan schol uit zuidelijkere gebieden. De MDV-1 ziet ook kleine schol die al geslachtsrijp is, maar nog niet de wettelijke minimummaat van 27 centimeter heeft bereikt. Kramer vertelt dat een onderzoeker van Wageningen Marine Research hem ooit een mogelijke verklaring gaf: wanneer kleine, geslachtsrijpe schol zich voortplant, zouden ook de nakomelingen een groeiachterstand kunnen hebben. Volgens Kramer zou dat kunnen helpen verklaren waarom zij veel schol zien die nog niet aan de minimummaat voldoet.

Voortdurend aanpassen

Voor beide schippers betekent een veranderende verspreiding van vis dat zij hun werk moeten aanpassen. Van der Vis kan er steeds minder vanzelfsprekend van uitgaan dat vis op dezelfde plek en in dezelfde periode zit als vroeger. Soms moet de bemanning langer zoeken of andere visgronden bevissen.

De MDV-1 kan tijdens een reis tussen visserijen wisselen. Overdag kan de bemanning met de twinrig vissen en ’s nachts overschakelen op de quadrig voor langoustines. In de winter biedt de pijlinktvisvisserij een andere mogelijkheid. “Een visserman past zich aan naar de omstandigheden”, zegt Kramer.

Welke rol de opwarming van de Noordzee precies speelt bij de veranderingen in hun vangsten, kunnen de schippers niet op basis van hun ervaringen alleen bepalen. Van der Vis wijst erop dat ook voedselbeschikbaarheid, stroming en andere ontwikkelingen in het ecosysteem invloed kunnen hebben. Juist daarom vindt hij het belangrijk om wetenschappelijke gegevens en de waarnemingen van vissers naast elkaar te leggen. Zo ontstaat een beter beeld van wat er in de Noordzee verandert en wat dat voor de visserij betekent.

Nederlandse Vissersbond: betrek vissers bij onderzoek en beleid

De veranderingen die Kramer en Van der Vis op zee zien, benadrukken hoe waardevol de kennis van vissers is. Zij komen regelmatig op dezelfde visgronden en merken het wanneer soorten op andere plekken of in andere hoeveelheden worden gevangen. De Nederlandse Vissersbond pleit ervoor om die praktijkervaring mee te nemen in onderzoek naar de Noordzee en bij het maken van visserijbeleid. Door kennis uit onderzoek en ervaringen van vissers samen te brengen, ontstaat een beter beeld van wat er op zee verandert en wat dit voor de visserij betekent.

Voor meer informatie

Contact opnemen met het team Nederlandse Vissersbond, T 0527-698151 of secretariaat@vissersbond.nl,
vragen naar Judith Hekkert.

Aanmelden weekjournaal

Plaatsen van formulier mailchimp

Recent Courses

Komende evenementen