De Nederlandse Vissersbond heeft namens de gezamenlijke Nederlandse visserijorganisaties een brief gestuurd aan staatssecretaris Erkens. Daarin vragen de organisaties om een sterke en herkenbare positie voor de visserijsector binnen het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP) voor 2028–2034. Met het oog op een forse daling van het beschikbare Europese budget is het belangrijk dat de resterende middelen daadwerkelijk bij de sector terechtkomen.
De Nederlandse visserijsector staat voor een ingrijpende transitie. Verduurzaming, innovatie, veranderende regelgeving en de toenemende druk op de beschikbare visgronden vragen grote aanpassingen van vissers, ketenpartijen en visserijgemeenschappen. Om deze veranderingen mogelijk te maken, blijft voldoende financiële ondersteuning noodzakelijk.
Tegelijkertijd dreigt het Europese budget voor visserij in de periode 2028–2034 flink af te nemen. Naar verwachting wordt € 37 miljoen specifiek voor visserij bestemd, tegenover € 84 miljoen in de huidige periode. Dat is een daling van circa 56 procent. Ook neemt het verwachte Europese cofinancieringspercentage af van 70 naar 40 procent, waardoor Nederland zelf een groter deel moet bijdragen.
Geld moet bij de sector terechtkomen
De visserijorganisaties pleiten voor een herkenbaar en volwaardig visserijhoofdstuk binnen het NRPP, met eigen doelstellingen, maatregelen en financiële middelen. Daarbinnen moet ook voldoende aandacht zijn voor aquacultuur, de visverwerkende industrie en de visgroothandel.
Het beperkte visserijbudget moet zoveel mogelijk rechtstreeks ten goede komen aan vissers, visserijondernemingen, samenwerkingsverbanden en visserijgemeenschappen. Kosten voor wettelijke overheidstaken, toezicht en handhaving horen volgens de organisaties niet uit dit budget te worden betaald. Hetzelfde geldt in beginsel voor algemene en structurele onderzoeksactiviteiten van publieke kennisinstellingen.
Praktijkgericht onderzoek dat voortkomt uit een concrete vraag vanuit de sector en rechtstreeks bijdraagt aan innovatie of verduurzaming van visserijbedrijven, moet wel onderdeel kunnen zijn van het visserijprogramma.
Voldoende ruimte voor visverwerking
In de brief wordt ook specifiek aandacht gevraagd voor de visverwerkende industrie. Deze sector vormt een belangrijk onderdeel van de Nederlandse visketen en draagt bij aan werkgelegenheid, economische waarde, voedselvoorziening en een zo goed mogelijke benutting van visserijproducten.
De toegang tot subsidiemiddelen is voor visverwerkende bedrijven echter niet altijd vanzelfsprekend. Daarom moet het NRPP voldoende ruimte bieden voor investeringen in onder meer verduurzaming, innovatie, technologische ontwikkelingen, veranderende verwerkingsbehoeften en het versterken van de leveringszekerheid.
Toegankelijke regelingen en nationale bijdrage
Door de afname van het beschikbare budget is een sobere en doelmatige uitvoering extra belangrijk. Een zo groot mogelijk deel van het geld moet beschikbaar blijven voor de sector zelf. De organisaties vragen daarom om eenvoudige en voorspelbare subsidieregelingen, een beperkt aantal loketten en proportionele eisen bij de aanvraag, controle en verantwoording.
Door de verwachte verlaging van de Europese bijdrage is bovendien voldoende nationale cofinanciering nodig. Het Rijk moet deze middelen tijdig beschikbaar stellen, zodat Europees geld niet onbenut blijft. De toegang tot deze middelen mag daarbij niet afhankelijk zijn van de financiële ruimte van afzonderlijke provincies, gemeenten of visserijorganisaties. Regionale cofinanciering kan aanvullend worden ingezet, maar mag geen noodzakelijke voorwaarde worden.
Investeren in een toekomstbestendige sector
Binnen het visserijhoofdstuk moet ruimte zijn voor investeringen die bijdragen aan een economisch, ecologisch en sociaal toekomstbestendige sector. Daarbij noemen de organisaties onder meer:
- verduurzaming en modernisering van vaartuigen en visverwerking;
- vermindering van brandstofgebruik en emissies;
- duurzame vangstmethoden;
- verbetering van veiligheid en arbeidsomstandigheden;
- aquacultuur en verbreding binnen de sector;
- versterking van de positie van vissers in de keten;
- scholing, bedrijfsopvolging en instroom van jonge vissers en visverwerkers;
- innovatie, digitalisering en praktijkgerichte pilots;
- promotie van vis, schaal- en weekdieren;
- versterking van visserijhavens.
De regelingen moeten toegankelijk zijn voor zowel individuele ondernemingen als samenwerkingsverbanden. Ook moet gebruik kunnen worden gemaakt van de Europese ruimte om steun te verlenen aan vissersvaartuigen groter dan 24 meter.
Sector vanaf het begin betrekken
Tot slot vragen de organisaties om de visserijsector vanaf het begin te betrekken bij de verdere uitwerking van het NRPP. Dat geldt niet alleen voor de algemene beleidsdoelen, maar ook voor de inrichting van subsidieregelingen, beoordelingscriteria, monitoring en eventuele aanpassingen van het programma.
Daarom wordt gepleit voor structureel overleg tussen het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de visserijorganisaties, visserijprovincies, betrokken gemeenten en andere relevante partijen. Door de sector vroegtijdig te betrekken, kunnen regelingen beter aansluiten op de praktijk en wordt voorkomen dat middelen door onwerkbare voorwaarden niet worden benut.
De Nederlandse Vissersbond heeft de brief namens Visfederatie, VisNed, de Nederlandse Vissersvereniging (NVA) en NetVISwerk verzonden aan staatssecretaris Erkens. De gezamenlijke organisaties zijn bereid om de genoemde uitgangspunten samen met het Rijk, provincies en gemeenten verder uit te werken.
Voor meer informatie
Contact opnemen met het team Nederlandse Vissersbond, T 0527-698151 of secretariaat@vissersbond.nl,
vragen naar Johan k. Nooitgedagt of Ben Scholten.