De zee is geen mysterie meer. Of toch wel?

13 augustus, 2026

Toen ik als jongentje voor het eerst de zee zag, leek zij oneindig. De horizon was een belofte van avontuur. Onder het wateroppervlak moest een wereld schuilgaan die niemand werkelijk kende. Zeemonsters misschien. Reusachtige haaien. Walvissen. Verzonken steden. De zee sprak tot de verbeelding. Eeuwenlang dachten mensen er precies zo over. In de Griekse mythologie moest Odysseus zijn schip tussen Scylla en Charybdis sturen: aan de ene kant een veelkoppig monster dat zeelieden verslond, aan de andere kant een kolkende draaikolk die complete schepen de diepte in trok. Tot op de dag van vandaag gebruiken wij die uitdrukking wanneer we tussen twee kwaden moeten kiezen.

Ook de Romeinse schrijver Plinius de Oudere beschreef de zee vol wonderlijke dieren. Wie zijn teksten vandaag leest, glimlacht soms om de fantasie. Toch moeten we hem dat niet kwalijk nemen. Hij keek met de kennis van zijn tijd. Aristoteles, die vaak de grondlegger van de mariene biologie wordt genoemd, zette al voorzichtig de eerste stappen naar een wetenschappelijke verklaring van het leven onder water. Maar de zee bleef vooral een plaats van verhalen. En misschien is dat nog steeds zo.

Van mysterie naar wetenschap

Vanaf de negentiende eeuw veranderde onze blik. De Duitse socioloog Max Weber sprak over de ‘onttovering van de wereld’. Mythen maakten plaats voor wetenschap. De zee werd onderzocht, gemeten en berekend. Satellieten brachten de aarde in kaart. Sonars onderzochten de bodem. Laboratoria ontrafelden DNA. Het leek alsof de geheimen van de oceaan langzaam verdwenen. Maar precies het tegenovergestelde blijkt waar.

Het prachtige boek Het vreemde leven in de oceaan van Jan Mees en Colin Janssen laat zien dat onze kennis indrukwekkend is geworden, maar tegelijkertijd verbijsterend klein blijft. We hebben nog altijd minder dan een kwart van de zeebodem gedetailleerd in kaart gebracht. Slechts ongeveer 0,001 procent van de oceaanbodem is daadwerkelijk met camera’s bekeken. Dat is ongeveer de oppervlakte van één Belgische provincie. We weten meer van het oppervlak van Mars dan van de wereld onder onze eigen golven. Hoe meer wij ontdekken, hoe groter het mysterie wordt.

De verwondering blijft

Dat besef bracht mij terug naar mijn jeugd. In de jaren zestig/zeventig stond er ineens een kleurentelevisie in onze woonkamer. Wat een wonder was dat. Ineens kwam de oceaan ons huis binnen. Jacques Cousteau nam miljoenen mensen mee naar Le Monde du Silence. Zijn camera liet zien dat de zee geen donkere leegte was, maar een blauwe wereld vol kleur, leven en schoonheid. Voor een hele generatie veranderde de zee voorgoed. Dat gevoel van verwondering komt tijdens het lezen van dit boek steeds opnieuw terug.

Neem de megalodon. Een haai van mogelijk twintig meter lang, met tanden als dolken, miljoenen jaren geleden de absolute heerser van de oceanen. Of denk aan de pistoolgarnaal. Nauwelijks groter dan een vinger, maar in staat om met één schaar een knal van ruim tweehonderd decibel te produceren; luider dan een geweerschot. Of de mantisgarnaal, waarvan de knotsvormige voorpoten materiaalwetenschappers inspireren bij de ontwikkeling van supersterke beschermingsmaterialen voor ruimtevaart en defensie. De natuur blijkt telkens slimmer dan de mens.

De kleine heersers van de oceaan

Nog indrukwekkender is misschien wel wat wij nauwelijks zien. Er leven ongeveer 57.000 soorten kreeftachtigen in de zee. Krabben, garnalen, kreeften, roeipootkreeftjes en talloze andere soorten vormen samen ongeveer een kwart van alle mariene biodiversiteit. Niet de grote vissen zijn de werkelijke heersers van de oceaan, maar de kleine dieren waarop vrijwel al het andere leven is gebouwd. Dat relativeert ons menselijk perspectief.

Het boek laat ook zien hoe ongelooflijk intelligent het leven in zee kan zijn. Potvissen communiceren in culturele dialecten. Bultruggen zingen liederen die ieder seizoen veranderen, alsof zij muzikale tradities doorgeven. Octopussen beschikken over een zenuwstelsel waarbij hun armen deels zelfstandig beslissingen nemen. Wie zoekt naar buitenaardse intelligentie hoeft misschien niet eerst de sterren af te speuren. Misschien moeten we beter luisteren naar wat zich al duizenden meters onder ons afspeelt.

Eerst begrijpen, dan benutten

Juist daarom raakt mij ook een ander hoofdstuk. Terwijl wij nog nauwelijks weten wat zich in de diepzee bevindt, ontstaan plannen om daar op grote schaal mangaanknollen te winnen. Die habitats behoren waarschijnlijk tot de meest onbekende ecosystemen op aarde. Het is een ongemakkelijke gedachte dat wij iets willen exploiteren waarvan wij nog amper begrijpen hoe het functioneert. Dat vraagt om bescheidenheid.

Wetenschap en praktijk horen bij elkaar

Als voorzitter van de Nederlandse Vissersbond lees ik dit boek natuurlijk ook met de blik van iemand die dagelijks bezig is met de toekomst van de Noordzee. Dan valt één ding op. Gezonde natuur en duurzame voedselproductie zijn geen tegenpolen. Zij hebben elkaar nodig. Vissers hebben belang bij rijke ecosystemen. Zonder gezond zeeleven is er immers ook geen gezonde visserij.

Tegelijkertijd mis ik soms de mensen die al generaties lang op zee werken. Wetenschap is onmisbaar. Maar praktijkervaring evenzeer. Vissers zien veranderingen vaak eerder dan meetapparatuur. Niet omdat zij alles weten, maar omdat zij elke dag buiten zijn. De beste besluiten ontstaan wanneer wetenschap en praktijk elkaar versterken in plaats van wantrouwen. Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die ik uit dit boek meeneem. De zee is niet onttoverd. Integendeel.

De zee blijft vragen stellen

Hoe meer wij leren, hoe groter onze verwondering wordt. Iedere nieuwe ontdekking opent weer tien nieuwe vragen. De oceaan blijft een wereld vol schoonheid, intelligentie, geschiedenis en geheimen. Zij voedt ons, verbindt landen, biedt ruimte aan natuur én recreatie en geeft miljoenen mensen rust wanneer zij vanaf het strand naar de horizon kijken.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste les van Jan Mees en Colin Janssen. De zee vraagt niet alleen om bescherming. Zij vraagt vooral om nieuwsgierigheid. Want alleen van iets waarover wij ons blijven verwonderen, zullen wij werkelijk goed leren zorgen.

Voor meer informatie

Contact opnemen met het team Nederlandse Vissersbond, T 0527-698151 of secretariaat@vissersbond.nl,
vragen naar Johan K. Nooitgedacht.

Aanmelden weekjournaal

Plaatsen van formulier mailchimp

Recent Courses

Komende evenementen