De Europese Commissie heeft op 30 april haar evaluatie van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) gepubliceerd, die de periode van 2014 tot 2024 beslaat. De evaluatie schetst een gemengd beeld: hoewel het verslag enige vooruitgang erkent bij het terugdringen van overbevissing en het versterken van het visserijbeheer, laat het ook zien dat er nog steeds tekortkomingen zijn op het gebied van duurzaamheidswinst. Het herstel van de visbestanden verloopt nog steeds te traag aldus het verslag. Tegelijkertijd zijn de economische voordelen die in 2014 werden voorspeld niet volledig gerealiseerd, mede door nieuwe uitdagingen zoals geopolitieke ontwikkelingen en hoge energieprijzen. Uit de evaluatie blijkt ook dat de grootste uitdaging in de meeste gevallen niet de regels van het GVB zelf zijn, maar de inconsistente uitvoering en handhaving in de EU-lidstaten.
Deze evaluatie zal de basis vormen voor potentiële hervormingen van het GVB en dienen als fundament voor de visie van de commissie voor 2040 voor visserij en aquacultuur, een strategisch kader voor 15 jaar om de beleidsontwikkeling in de komende decennia te sturen. De bevindingen zullen ook worden meegenomen in de bredere strategie van de EU voor extern visserijoptreden, waarbij wordt gewaarborgd dat duurzaamheid centraal blijft staan bij de internationale betrokkenheid. Durk van Tuinen van de Nederlandse Vissersbond stelt dat het gevaar van de evaluatie is dat alle EU-visserijen over één kam worden geschoren. In de gebieden waar de Nederlandse kottervissers actief zijn kan volgens de Nederlandse Vissersbond wel degelijk gesproken worden van gereduceerde visserijdruk, mede door meerdere saneringen, en dat de meeste visbestanden er goed voor staan en duurzaam worden bevist.
Langzaam herstel van visbestanden, belemmerde economische prestaties en generatievernieuwing
De waarde van de EU-handel in visserij- en aquacultuurproducten groeide tussen 2015 en 2024 met 18%. De vooruitgang op de economische en sociale dimensie van het beleid is volgens de commissie echter beperkter gebleven dan verwacht. Hoewel de verwerkende sector relatief veerkrachtiger is geweest, wordt de visserijsector nog steeds geconfronteerd met hardnekkige uitdagingen, waaronder veroudering van vaartuigen, stijgende operationele kosten en, met name voor kleinschalige vissers, de toegang tot vangstmogelijkheden. Bovendien is het aandeel van de bestanden die op een duurzaam niveau worden bevist weliswaar gestegen van 50% in 2014 naar 63% in 2022 en is de visserijdruk afgenomen, maar zijn de visbestanden niet zo hersteld als verwacht, wat bijdraagt aan de economische uitdagingen van de vissers.
De bijdrage van de GVB-verordening aan de voedselzekerheid was matig als gevolg van een gelijkblijvende of dalende binnenlandse productie. Daarnaast blijft de EU-aquacultuur, hoewel winstgevend, relatief kleinschalig en is de productiegroei die op basis van het potentieel mogelijk zou zijn, niet gerealiseerd.
Beperkte transitie naar betere selectiviteit en trage vooruitgang richting ecosysteemgericht beheer
Ondanks de algemene vermindering van de visserijdruk vindt er in de EU-visserij nog steeds teruggooi van ongewenste vangsten plaats. De evaluatie stelt vast dat de aanlandingsverplichting, een regel die vissers verplicht alle gevangen vis aan land te brengen, ook ongewenste soorten of ondermaatse vis, niet heeft geleid tot de verwachte verbeteringen in visserijpraktijken of een betere selectiviteit, vooral door de gebrekkige uitvoering van deze specifieke regel. Durk van Tuinen stelt dat deze aanlandplicht juist door de visserijsector als een groot pijnpunt wordt gezien in de wet- en regelgeving. In diverse consultaties heeft de visserijsector eenduidig aangegeven dat er juist grote nood is voor een herziening van dit beleid, en niet het verscherpt toezicht wat de herziene controleverordening beoogt. De Nederlandse Vissersbond benadrukt dat het in deze situatie van groot belang is dat de commissie het erkent als de huidige wetgeving niet werkbaar is.
Vooruitgang in ecosysteemgerichte benaderingen werd volgens de commissie voornamelijk bereikt door de bescherming van de mariene ruimte, technische maatregelen en internationale samenwerking.
Veranderend consumentengedrag
De evaluatie merkt op dat het consumentengedrag is geëvolueerd, met een stijgende vraag naar verwerkte, gemakkelijke visproducten en groeiende afwegingen tussen prijs, kwaliteit en duurzaamheid. Onder het huidige kader is de toegevoegde waarde van EU-regels over consumenteninformatie echter beperkt door hun reikwijdte, die geen betrekking heeft op verwerkte producten.
Regionalisering verbetert het bestuur maar vertraagt de besluitvorming
De GVB-verordening introduceerde een regionaliseringskader dat de besluitvorming verschoof van een uitsluitend op de EU gebaseerde benadering naar gezamenlijk beheer tussen lidstaten, regionale autoriteiten en belanghebbenden, met betrokkenheid van de adviesraden.
In het verslag wordt vastgesteld dat dit kader effectief werkt, aangezien het de gedeelde besluitvorming heeft verbeterd en lidstaten in staat stelt maatregelen regionaal af te stemmen. Er blijven uitdagingen bestaan met de breedte van de vertegenwoordiging van belanghebbenden in de adviesraden en de tijd die het kan kosten om maatregelen via de regionaliseringsprocedure vast te stellen.
EU behoudt wereldwijd leiderschap te midden van aanpassingen na de Brexit
De EU heeft een leidende rol gespeeld bij het bevorderen van duurzaam visserijbeheer wereldwijd en bij de strijd tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, door actieve deelname aan regionale organisaties voor visserijbeheer.
Sinds de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU is het beheer van veel bestanden in de noordelijke zeegebieden verschoven van een uitsluitend EU-kader op basis van regionalisering naar een kader voor gedeelde bestanden. De GVB-verordening biedt de noodzakelijke rechtsgrondslag om in deze nieuwe context te opereren.
Uitvoering en levering door de lidstaten
Een groot deel van de uitvoeringskosten van het GVB gaat naar controle, gegevensverzameling en duurzaamheidsinspanningen, waarbij EU-cofinanciering helpt om de financiële lasten voor nationale begrotingen te verlichten. Hoewel strikter toezicht en handhaving investeringen en middelen vergen, blijven ze cruciaal voor het waarborgen van nauwkeurige gegevens, eerlijke concurrentie en effectief beheer van visbestanden. Hoewel stappen zoals het vereenvoudigen van regels, het digitaliseren van processen en langetermijnplanning hebben geholpen de bureaucratie te verminderen, hangt hun succes af van een consequente uitvoering door de lidstaten.
Achtergrond
De verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid is in 2014 in werking getreden. De Europese Commissie heeft deze beoordeling gebaseerd op rigoureuze bewijsverzameling, waaronder gerichte raadplegingen van belanghebbenden, openbare oproepen tot het indienen van bewijsmateriaal en technische analyses. Deze evaluatie maakt deel uit van het European Ocean Pact.

Voor meer informatie
Contact opnemen met het team Nederlandse Vissersbond, T 0527-698151 of secretariaat@vissersbond.nl,
vragen naar Durk van Tuinen.