Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten heeft wereldwijd geleid tot een significante stijging van de olieprijzen. Deze ontwikkeling raakt de visserijsector hard in de portemonnee. Veel vissersvaartuigen liggen momenteel noodgedwongen stil omdat er geen kost meer te verdienen valt, of varen uit in de wetenschap dat er verlies wordt geleden. Om het hoofd te kunnen bieden aan deze bedrijfscrisis heeft staatssecretaris Erkens van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) twee gerichte energiemaatregelen aangekondigd. Dit initiatief moet de visserij- en schelpdiersector door deze financieel zware periode loodsen en verduurzaming op de langere termijn stimuleren.
Overbruggingssteun voor gestegen bedrijfskosten
Als eerste directe stap introduceert het kabinet een tijdelijke steunmaatregel om de acute nood te verminderen. Voor deze regeling is in totaal 13,5 miljoen euro vrijgemaakt. Dit budget wordt voor 70 procent gefinancierd vanuit het Europese crisismechanisme van het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) en voor 30 procent door de Nederlandse overheid. Omdat er deze keer gebruik wordt gemaakt van Europese middelen, gelden er strikte voorwaarden. Zo mag de steun uitsluitend worden ingezet voor daadwerkelijk gestegen kosten en gederfde inkomsten. Het compenseren van inkomstenverlies door stilliggende vaartuigen is expliciet uitgesloten door de Europese regelgeving. Er zal dan ook geen uniform bedrag per onderneming worden uitgekeerd, maar een specifieke berekening per vaartuig worden gemaakt.
Invulling van de regeling
Het team van de Nederlandse Vissersbond heeft inmiddels constructief overleg gevoerd met het ministerie van LVVN over de praktische invulling van deze regeling. De insteek is om het verschil in brandstofprijs tussen 2025 en 2026 te compenseren op basis van het aantal verbruikte liters per bunkering tijdens de looptijd van de maatregel. Om te zorgen dat de middelen terechtkomen bij de vissers die het hardst worden getroffen, zal er een minimumaantal vis- of vaardagen worden ingesteld als deelnamevoorwaarde. Binnen- en pelagische visserij vallen buiten deze regeling.
De beoogde publicatiedatum van deze steunmaatregel is juni 2026. De regeling zal met terugwerkende kracht ingaan vanaf het begin van het conflict in het Midden-Oosten (28 februari 2026). De Nederlandse Vissersbond heeft er bij het ministerie op aangedrongen om de regeling in elk geval tot 1 oktober 2026 open te stellen. Dit geeft vaartuigen die een tijd hebben stilgelegen de ruimte om door middel van voldoende vistijd alsnog aanspraak te maken op de maximale compensatie. Bij de aanvraag moeten bewijsstukken, zoals brandstoffacturen, worden overlegd.
Energie-efficiëntieregeling voor de langere termijn
Naast de directe overbruggingssteun opent staatssecretaris Erkens eind september de hernieuwde energie-efficiëntieregeling. Deze regeling is qua opzet vergelijkbaar met de succesvolle variant uit 2023 en richt zich op structurele brandstofbesparing en verduurzaming. Voor de garnalen- en platvisvisserij is voor dit jaar een budget van 25 miljoen euro gereserveerd. De schelpdiervisserij kan rekenen op een totaalbudget van 10 miljoen euro, verspreid over drie jaar. In nauw overleg met de sector is er bewust voor gekozen om dit budget op te knippen in drie afzonderlijke openstellingen: 2 miljoen euro in 2026, 3,3 miljoen euro in 2027 en 4,7 miljoen euro in 2028. De eerste tranche voor de schelpdiervisserij van 2 miljoen euro zal dit najaar gelijktijdig worden opengesteld met het budget voor de garnalen- en platvisvisserij.
Nauwe betrokkenheid
Het ministerie van LVVN werkt de details van de regelingen momenteel met spoed uit. De Nederlandse Vissersbond blijft nauw betrokken bij de exacte vormgeving van de voorwaarden en maxima per vaartuigsegment. Wij houden onze leden de komende periode via de gebruikelijke kanalen nauwkeurig op de hoogte van de voortgang.

Voor meer informatie
Contact opnemen met het team Nederlandse Vissersbond, T 0527-698151 of secretariaat@vissersbond.nl,
vragen naar Durk van Tuinen.